Een stukje teen, echte dinopoep en een roze T. rex: met je klas op dino-onderzoek in Naturalis
Wat doe je als je dochter in groep 2 zit en dino’s het állerleukste vindt? Juist: je neemt haar mee op schoolreisje naar Naturalis in Leiden. Alleen dan zonder de klas. Lise en ik mochten in Naturalis meelopen met het zaalprogramma Dino-onderzoek, alsof wij een schoolgroep waren. Ik keek vooral met mijn leerkrachtbril: hoe werkt zo’n bezoek eigenlijk, wat doen de kinderen, en wat heb jij er als leerkracht aan? Spoiler: Lise wil terug. En ik eerlijk gezegd ook.
Je staat er niet alleen voor
Het programma begint in een aparte ruimte op de begane grond. Daar krijg je niet alleen een welkom, maar ook kaarten met vragen die begeleiders en ouders aan de kinderen kunnen stellen. Dat vond ik meteen slim. Iedere leerkracht kent het: je hebt vijf groepjes met vijf ouders, en de helft weet niet zo goed wat ze moeten vragen. Met deze kaarten hoeft dat niet. Vragen als “Zoek in de zaal het skelet van een jagende dino. Is hij aan het jagen?” of “Welke dino zou je als huisdier willen?” zetten kinderen meteen aan het denken. En aan het lachen.

Daar vertelt een museumdocent over de natuur en gaan er spannende dozen open, met echte fossielen erin. Daarna gaan de kinderen in kleine groepjes de dinozaal in om zelf op onderzoek uit te gaan. In de zaal staat ook een vraagkast met een medewerker van Naturalis die extra dingen laat zien. Zo sta je nergens alleen.
Wat Lise ontdekte

Onze begeleider is Jasmijn, educatief begeleider bij Naturalis. Ze doet precies wat een goede leerkracht doet: ze stelde vragen in plaats van alles voor te kauwen.
- Triceratops betekent drie-hoorn-gezicht. Logisch als je hem ziet. Lise kreeg een stukje teen van een Triceratops in handen. Wiebel je met je tenen? Dan wiebel je ook met dit botje.
- Een bot dat steen werd. Een stuk uit de nek van de Camarasaurus voelde loeizwaar. Hoe kan dat? Het bot is langzaam steen geworden. En dat noemen we een fossiel.
- Een fossiel is niet altijd een bot. Ik kreeg van Lise iets in mijn handen gedrukt. Echte dinopoep. Stinkt het nog? Nee, gelukkig niet.
- We weten niet alles. Welke kleur hadden dino’s echt? Het eerlijke antwoord: dat weten we niet zeker. Wat we wel hebben is een huidafdruk van een Triceratops. Die viel precies op de goede plek in de modder. Zo weten we dat hij een soort schubbenhuid had.
- T. rex Trix. Met een echte T. rex-tand in je hand voel je meteen wat hij at. De punt is scherp en de rand heeft een soort kartels. Een echte vleeseter dus.
Dit vind ik de kracht van het programma. Kinderen doen echt onderzoek: kijken, voelen, vergelijken en een vermoeden uitspreken. En ze leren dat wetenschappers ook niet alles weten.
Van dino’s naar de natuur van nu
Dat stuk vond ik onverwacht mooi. Fossielen vertellen niet alleen iets over de dieren van vroeger, maar ook over hoe de wereld veranderde. En daar kunnen we van leren voor de natuur van nu.

In een van de werkplaatsen aaide Lise een zeehond, en ze voelde het verschil met de huid van de Triceratops. Daarna ging het gesprek over de vraag: hoe kunnen wij dit dier helpen? Zo kwam het heel dichtbij. Als je op het strand een zakje chips leeg hebt, neem je het mee naar huis. Zie je onderweg een stukje plastic liggen? Raap het op, dan komt het niet in de zee terecht. Voor een kleuter is dat een heel concrete stap: wat ik vandaag doe, maakt uit voor de dieren.
In de zaal LiveScience zagen we ook een preparateur aan het werk, die een meeuw aan het opzetten was. Niet schrikken: dat is best spannend. Maar Lise vond het vooral bijzonder dat alle dieren die je in het museum ziet zo gemaakt zijn. Bij het interactieve kunstwerk kleurde ze een vlinder in. Die werd door de machine vergeleken met alle vlinders uit de collectie van Naturalis. En toen vloog hij over het scherm.
Wonen jullie niet in de buurt?
Niet elke school zit om de hoek van Leiden. Wij wonen zelf ook best ver weg. Daarom vind ik de online gastles Reis door de dinotijd een echte aanrader. Een museumdocent loopt dan met camera en koptelefoon door de dinozaal en neemt je klas live mee via het digibord. Ze vertellen over de opgravingen, en je kunt met je klas vooraf vragen voorbereiden en die live stellen. Je hoeft er dus niet heen om toch de dinozaal te ontdekken.
Voor welke groepen?

Het zaalprogramma Dino-onderzoek is er voor groep 1-2 en groep 3-4. De museumdocent sluit aan bij wat de kinderen al weten, dus het niveau klopt altijd. Naturalis heeft ook programma’s en workshops voor de hogere groepen van het basisonderwijs en zelfs voor het voortgezet onderwijs. Alle programma’s sluiten aan bij de kerndoelen en zijn getest door scholen. Je krijgt ook suggesties om het bezoek in de klas voor te bereiden of te verwerken. De begeleiding in het museum is altijd gratis.
Zelf boeken?
Het allerleukste blijft natuurlijk om met je klas zelf de dinozaal in te lopen. Bekijk het hele aanbod op naturalis.nl/bo.
Boeken doe je via het aanvraagformulier op naturalis.nl/educatie/boekingsinfo.
En Lise? Die vond de zeehond aaien het allerleukst. Daarna kwamen pas de dino’s. Sorry, T. rex.


